Er is al ruim een maand voorbij sinds de intakegesprekken bij Medinello. Ik had dit bericht al eerder online willen zetten, maar door de uitputting van de intake, de feestdagen, een week vakantie en een week ziek liep het allemaal anders dan gepland. Ach, door een laag energieniveau ben ik het wel gewend om verwachtingen te moeten bijschuiven 😉
De intake zou bestaan uit vier gesprekken: drie met verschillende specialisten en één adviesgesprek.
Het eerste gesprek zou met een fysiotherapeut zijn. Daar had ik er in de jaren ervoor al veel van gezien.
Om niet te laat te komen was ik ruim op tijd van huis vertrokken. Ik wilde een goede eerste indruk maken en laten zien dat ik een eventuele revalidatie serieus nam. Gek genoeg voelde het bijna als een sollicitatie — al kan ik dat niet met zekerheid zeggen, want ik heb nog nooit officieel ergens gesolliciteerd.
Vijf minuten te vroeg kwam ik aan. Ik parkeerde de auto in de kleine vakken en pakte mijn goed voorbereide tas. Een schriftje en pen voor informatie, de uitgeprinte documenten die ik mee moest nemen, een zonnebril en koptelefoon tegen overprikkeling en een mueslireep voor als ik trek kreeg. Het was me door de zenuwen niet gelukt te ontbijten die ochtend.
Ik zocht naar de ingang, die snel gevonden was (ik had al op Google Maps gekeken), en liep gespannen de trap op. Het kostte me moeite mijn ademhaling onder controle te houden. Ben ik niets vergeten? Heb ik de juiste documenten meegenomen? Heb ik de vragenlijsten goed ingevuld? Eenmaal boven liep ik vrijwel meteen tegen een kleine balie aan waar een vrouw met een lieve glimlach me begroette. Daardoor voelde ik me een beetje meer op mijn gemak.
Ze wees me naar de ‘wachtkamer’ (gewoon een paar stoelen naast de balie) en vroeg of ik wat wilde drinken.
‘Thee graag, als het kan.’
‘Natuurlijk! Ik ga het direct voor je zetten.’
Thee zetten? Speciaal voor mij? De gastvrijheid verbaasde me en overviel me een beetje. Ik had een afstandelijk, professioneel onthaal verwacht, zoals ik dat van andere plekken gewend was. Maar dit was heel anders. Het voelde warm en welkom.
Met de thee in mijn handen keek ik om me heen. Rechts van me was de balie, waar de vrouw zo nu en dan naar me keek en gemoedelijk glimlachte. Links van me was een kleine ruimte met oefenapparaten, maar er was niemand om ze te gebruiken. Tegenover me was een kamertje met half geblindeerde ramen, waar een paar mensen achter een laptop zaten te werken. Naast me lag een stapeltje boeken over chronische pijn, vermoeidheid en grenzen aangeven. Om mezelf wat te kalmeren heb ik ze op volgorde van groot naar klein gestapeld. Toen ik klaar was, liep een van de laptop-mensen voorbij. De man glimlachte vriendelijk naar me en alleen al daardoor hoopte ik dat hij degene zou zijn met wie ik straks in een kamertje zou zitten.
De minuten tikten voorbij. Ik was net aan het bedenken of ik door een van de boeken zou bladeren, toen ik voetstappen hoorde. Dezelfde man van eerder kwam aangelopen.
‘Sanne?’ vroeg hij, al was het waarschijnlijk wel duidelijk dat ik dat was, gezien er niemand anders was.
Met lichte spanning stond ik op en liep achter hem aan een kamertje in. Er was geen small-talk; hij kwam meteen te zake (erg prettig).
’Ik zie dat je een hoop vervelende klachten hebt,’ zei hij terwijl hij naar zijn scherm keek.
Direct had ik de neiging om te zeggen dat het wel meeviel, maar ik besloot mezelf serieus te nemen en eerlijk te zijn.
Hij legde uit hoe het kan gebeuren dat iemand klachten als vermoeidheid en pijn krijgt. Er zijn mensen die consequent meer energie uitgeven dan ze hebben en niet naar hun lichaam luisteren wanneer dat aangeeft dat er rust nodig is. Ofwel omdat ze geleerd hebben altijd door te gaan, ofwel omdat ze de signalen gewoon niet opmerken. Hoe langer dit duurt en hoe vaker je over je grenzen gaat, hoe kleiner je batterij wordt en hoe harder je lichaam aangeeft dat het genoeg is.
Zelfs als je dan uiteindelijk rust neemt, kan het zijn dat je te veel blijft doen, omdat je batterij zo klein is geworden dat rust niet genoeg meer is. En niets doen werkt ook niet, want dan blijft je batterij door gebrek aan ‘training’ alleen maar kleiner worden. Gevolg: een negatieve spiraal waarin je steeds uitgeputter raakt en meer klachten krijgt. Dat klonk herkenbaar.
Hij vervolgde dat ik nu waarschijnlijk rond het nulpunt van mijn energieniveau schommel. Regelmatig zak ik eronder en soms kruip ik er weer even boven. Maar omdat ik dan waarschijnlijk te veel wil, val ik niet lang daarna weer terug onder nul en zo kom ik niet vooruit.
Wat ze bij Medinello proberen te doen, vertelde de fysio, is ervoor zorgen dat ik boven het nulpunt kom en daar niet meer onder zak. En hopelijk, door voldoende passende rust te nemen en te oefenen, weer in een lichte stijgende lijn terecht te komen. Ik moest niet verwachten dat ik in de periode van revalidatie volledig zou herstellen, maar ze hopen wel een begin te maken waarop ik daarna zelf verder kan voortbouwen.
Aan het einde van het gesprek legde hij me uit hoe het traject eruit zou komen te zien. Dat was toch wel anders en intensiever dan ik in eerste instantie had gedacht. De revalidatie duurt zestien weken (ik had tien verwacht), met drie tot vijf afspraken per week. Hoeveel afspraken het precies zijn wisselt, maar ze willen dat je vier dagen per week beschikbaar bent.
‘Ik ben alle dagen van de week beschikbaar,’ zei ik direct, om nog maar eens te laten zien dat ik het echt heel graag wilde. Mijn ‘vaste’ wekelijkse afspraken kon ik wel verschuiven als het nodig was.
Het zal pittig worden, maar ik heb er alles voor over om weer in die stijgende lijn te komen en zag de behandeling wel zitten. De fysio vertelde dat hij het ook wel zag zitten om met mij aan de slag te gaan, maar dat het uiteindelijk afhankelijk was van de rest van het team of ik zou worden aangenomen.
Eenmaal weer buiten voelde ik me opgelucht, maar ook emotioneel. Door de uitleg over energie en hoe mijn lichaam waarschijnlijk al jaren aangaf dat het te veel was, voelde ik me zo schuldig. Ondanks alle signalen (ja, de meeste heb ik niet gemerkt, maar sommige wel) ben ik altijd maar stug doorgegaan. Nu is het op, en daar had ik zelf een grote rol in gespeeld.
Schuld is trouwens niet het juiste woord, want ik realiseer me dat ik het niet expres heb gedaan. Misschien is het meer een gevoel van compassie en realisatie. Voor het eerst zag ik waar het fout was gegaan. Niet omdat ik het niet ergens al wist, maar omdat iemand anders het me uitlegde. Als iemand anders omschrijft wat je ervaart, is het lastig om imposter-syndroom te voelen, denk ik.
Twee dagen later had ik het tweede gesprek, deze keer met de psycholoog. Mijn begeleider kwam mee, omdat hun gesprekken waarschijnlijk gaan overlappen en het fijn is als ze van elkaars bestaan weten.
Ook dit gesprek voelde warm en ik voelde me gezien en gehoord, iets wat ik in de afgelopen jaren regelmatig heb gemist. Er kwam alleen wel een probleem aan het licht. De revalidatie wordt alleen vergoed als je in de twee jaar ervoor meerdere keren lichamelijke hulp hebt gehad zonder resultaat (check), maar ook psychologische hulp. Oei… Dat is een probleempje. Dat heb ik namelijk niet gehad. Niet omdat ik het niet wilde — ik zoek al drie jaar naar een psycholoog, maar overal is een aanmeldstop. Wel heb ik twee keer een POH-GGZ gezien, maar dat was geen succes.
De paniek sloeg lichtelijk toe. Wat als het nu niet vergoed wordt? Gelukkig vertelde de psycholoog dat er nog meer mogelijkheden zijn en dat het mogelijk voldoende is dat ik in die jaren zowel mijn begeleider als een psychosomatische fysiotherapeut heb gezien. En het is niet zo dat ik nooit psychologische hulp heb gehad. Als de zorgverzekeraar het nodig heeft, kan ik een lange lijst met bezochte professionals, behandelaars en therapeuten sturen.
Er was dus nog hoop, maar soms word ik zo moe van alle regeltjes en richtlijnen die passende en nodige hulp tegenhouden. Desondanks ging ik ook bij dit gesprek met een goed en welkom gevoel weg.
De week erna had ik een gesprek met de revalidatiearts. Hij had nog wat extra vragen over de klachten die ik omschreef en deed enkele lichamelijke onderzoekjes. Ik had ook een vraag aan hem: wat zou er gebeuren als het hele traject te intensief blijkt te zijn? Ik wil er namelijk niet slechter uitkomen dan dat ik erin ga.
Hij zei dat het belangrijk is om op te bouwen en dat dit inderdaad intensief zal zijn en mogelijk niet altijd comfortabel. Maar dat ze ook kijken naar wat ik aankan en wat het met me doet. Ze zullen samen met mij blijven afstemmen of het nog goed gaat, en als het te veel blijkt, zullen ze een stapje terug doen. Een dag of twee voelen dat je oefeningen hebt gedaan is bijvoorbeeld niet erg, maar je moet er niet veel langer last van hebben.
Die reactie stelde me gerust. Niet dat ik bang was dat het te veel zou worden, maar het geeft me een goed gevoel te weten dat ze naar me zullen luisteren en dat ik niet te ver over mijn grenzen geduwd zal worden.
Gedurende de intake merkte ik dat de gesprekken met de specialisten veel in me losmaakten. Het horen dat meerdere professionals me serieus nemen riep confrontatie op. Blijkbaar verzon ik het niet. Daarnaast maakte het me erg vermoeid, nog meer dan normaal. De dagen tussen de gesprekken en andere verplichtingen door heb ik vooral liggend op de bank doorgebracht.
Toen het adviesgesprek dichterbij kwam, werd er nog iets anders losgemaakt: twijfel. Deed ik niet toch alsof? Verzin ik alles om een of andere reden? Als ik heel hard mijn best doe, kan ik vast wel weer leven zoals eerst, toch? Er begon zich een angst te vormen dat deze professionals vast en zeker door mijn façade heen zouden prikken en dat ik niet zou worden aangenomen.
Deze gedachten werden zo realistisch in mijn hoofd dat ik uiteindelijk met tegenzin naar het laatste gesprek ging. Gek hoe je jezelf ervan kan overtuigen dat je doet alsof. Schuldbewust ging ik weer tegenover de fysio zitten om de uitslag van hun overleg te horen.
‘Ik zal het maar meteen vertellen, want dan hoef je niet langer in spanning te zitten.’
Hier gaan we, dacht ik. Het kleine beetje hoop dat ik nog had gaat nu in duizend stukjes uiteen vallen.
‘Wij denken dat je perfect past bij ons revalidatietraject en willen je graag helpen.’
Ik was zo diep in spanning verzonken dat het even duurde voordat zijn woorden tot me doordrongen.
Ik mag revalideren… Langzaam kreeg deze gedachte vorm in mijn hoofd.
Bijna vergat ik te laten blijken dat ik hem had gehoord.
‘Oké,’ was uiteindelijk het enige wat ik kon uitbrengen. Er was geen opluchting, blijdschap of ontlading. Er was niets. Mijn gezicht bleef compleet uitdrukkingsloos. Dat gebeurt wel vaker als ik overweldigd ben.
‘Dat is fijn,’ voegde ik er zachtjes aan toe om niet ongeïnteresseerd of ondankbaar over te komen.
Hij liet me het verslag lezen dat het team had gemaakt en legde nog een keer uit hoe het traject eruit zou zien. Zoals het er nu uitzag, kon ik waarschijnlijk in maart beginnen. Dat betekende nog tweeënhalve maand wachten. Dat klonk nog best ver weg, maar ik was allang blij dat ik kon beginnen en uit ervaring weet ik dat het wachten zo voorbij is.
De rest van het gesprek deed ik mijn best om te luisteren en te reageren, maar ik was op.
Ik wilde naar huis.
Eenmaal in de auto kwam de opluchting en realisatie. Soms voelde ik tranen opkomen en dan weer moest ik hardop lachen. Na jaren worstelen met mijn gezondheid krijg ik eindelijk echte hulp!
Begrijp me niet verkeerd, ik ben alle eerdere fysiotherapeuten en artsen heel dankbaar dat ze de tijd voor me hebben genomen. Maar ik voelde me ook vaak niet gezien of gehoord en werd regelmatig van het kastje naar de muur gestuurd. Nu gaat een team voor langere tijd intensief meekijken en krijg ik hopelijk inzichten en handvatten die me verder kunnen helpen.
Natuurlijk vertel ik mezelf ook dat ik niet te veel hoop moet hebben en dat revalidatie geen wondermiddel is. Maar een beetje hoop is beter dan niets, en eindelijk kan ik een huisje in de natuur weer als een realistisch en haalbaar toekomstbeeld zien.
Nu, een maand later, is de spanning die ik tijdens de intake ervaarde gezakt. Het dagelijks leven is weer verder gegaan zoals daarvoor, al ging mijn gezondheid nogal op en neer. De eerste helft van december heb ik meer dagen op de bank doorgebracht dan ooit. Mijn energie was nog nooit zo laag en mijn conditie nog verder achteruitgegaan. Ik kon nauwelijks op mijn benen staan, laat staan lopen, en schrok als ik mezelf in de spiegel zag (met mijn grauwe huid en donkere kringen rond mijn ogen).
Rond de jaarwisseling was ik met familie een weekje in de natuur en dat heeft me gelukkig goed gedaan. Ik kreeg weer meer energie en had zelfs weer zin en puf om met mijn hobby’s bezig te zijn. Dat soort momenten geven me hoop dat ik kan herstellen. 2026 gaat een intensief jaar worden, maar ik hoop ook het een en ander achter me te kunnen laten. En ik neem jullie graag mee in dat proces.
Dankjewel voor het lezen.
Heel veel liefs,
Sanne ☼