De eerste maand van de revalidatie zit erop! Gek hoe het zo lang zo ver weg kan voelen, en opeens zit ik er middenin.
Het begin verliep wat moeizaam. Op zich logisch, want alles is nieuw en anders en er komt een hoop op je af. Daarom had ik al verwacht dat de eerste dagen/weken intens zouden zijn, dus het lukte me redelijk om me eraan over te geven.
Maar er waren ook een aantal externe omstandigheden die het begin niet makkelijker maakten (ziek zijn, hooikoorts, Mila die gezondheidsproblemen had, enz.). Dat gaf wat extra uitdagingen, maar gelukkig gaat alles nu weer goed.
Na een paar weken revalideren merkte ik dat ik me wat beter ging voelen en begon ik te wennen. Daarnaast lijkt mijn energieniveau ook wat te zijn toegenomen. Ik kan sinds een paar weken weer meerdere dingen op een dag doen, zonder daarna compleet in te storten. Ook mijn concentratie lijkt beter en ik kan weer informatieve teksten lezen en langer werken achter mijn computer. Ik heb weer zin om dingen te doen, zoals klusjes en creatieve projectjes, en kijk weer uit naar de toekomst. Dit klinkt misschien dramatisch, maar lange tijd was dit weg. Ik had er gewoonweg de energie niet meer voor en was eigenlijk alleen maar bezig om de dag door te komen zonder al te veel klachten.
Ik weet nog niet helemaal waarom het beter gaat, maar mogelijk heeft het al te maken met de revalidatie – al is het misschien nog wat vroeg om dit te kunnen zeggen.
Wat ook mee kan spelen, is dat ik de rest van mijn leven op pauze heb gezet, en dat scheelt een hoop stress. Hiervoor ging ik van hot naar her en speelde er altijd meerdere dingen tegelijk. Er was veel chaos en ik deed meer dan ik aankon. Mijn leven is sinds de revalidatie een stuk rustiger en overzichtelijker geworden.
Waar het ook door komt, ik voel me dankbaar en het lukt me redelijk om ervan te genieten. Maar ik merk ook dat ik het spannend vind, want wat als straks de revalidatie voorbij is en mijn normale leven weer begint?
Voor nu probeer ik daar niet te veel mee bezig te zijn.
Terug naar de revalidatie: iets wat als eerste start en waar je tijdens de behandeling ook het meeste mee bezig gaat zijn, is trainen. Het begint met doelen opstellen.
Eerlijk gezegd heb ik niet echt tastbare doelen op dit moment. Ik vind het nu vooral belangrijk dat mijn lichaam wat sterker en fitter wordt en ik wat meer energie krijg. En ik zou weer het gevoel willen hebben dat ik keuzes kan maken in wat ik wil doen, want nu wordt dat vooral vóór mij bepaald omdat ik zo weinig kan.
Toch heb ik ook een tastbaar doel: weer een mini-trektochtje kunnen lopen. Die droom geeft iets concreets om naartoe te werken.
Na het bespreken van mijn doelen en het vaststellen van mijn huidige niveau, werd mijn trainingsplan opgemaakt. Het is de bedoeling dat je meerdere keren per week in een klein groepje (max. 4 pers.) gaat trainen. In het begin waren de oefeningen heel laagdrempelig en ik moet toegeven dat het soms een beetje suf voelde. Maar ik merkte al snel waarom je rustig begint, want zelfs de simpelste oefeningen voelden zwaar. Mijn lichaam is blijkbaar erger verzwakt dan ik dacht en ik heb een hoop aan spierkracht en conditie moeten inleveren.
Ergens wist ik dat natuurlijk al, want ik kon steeds minder, maar het was toch even slikken. Zeker voor iemand die altijd heel actief en atletisch is geweest. Gelukkig geeft mijn sportverleden ook een voordeel, want ik merk dat ik best snel kan opbouwen. Het lijkt erop dat mijn lichaam zich herinnert wat het kon en daardoor snel aan de oefeningen went. Dat doet me goed en ik merk nu hoe erg ik het bewegen heb gemist.
De eerste paar trainingsdagen vond ik erg spannend. De meeste oefeningen zijn een soort fitness-oefeningen en dat ben ik helemaal niet gewend. Daardoor was ik me heel bewust van hoe ik bewoog en voelde ik me erg bekeken (ook al was dat waarschijnlijk niet zo). Na een paar weken merkte ik gelukkig dat de spanning wat afnam en dat ik meer begon te wennen. Nu vind ik het juist wel prettig om in een groepje te trainen. Laatst was ik een keer alleen en kreeg ik alle aandacht van de fysiotherapeut. Dat voelde een beetje ongemakkelijk.
Behalve dat ik bezig ben met hoe ik beweeg en of ik het wel goed doe, ben ik ook bezig met hoeveel ruimte ik inneem. Ik heb continu het idee dat ik de anderen in de weg zit. De angst te veel ruimte in te nemen is voor mij geen onbekende angst en je zult lezen dat dit ook terugkomt op andere vlakken van de revalidatie. Maar daardoor was ik in het begin heel gehaast en dat is natuurlijk niet goed. Ik zit hier voor mezelf en er is plek genoeg voor iedereen. Gelukkig heb ik ook dit een beetje kunnen loslaten.
Naast het trainen zijn er ook andere onderdelen, die worden modules genoemd. De eerste is ‘breineducatie’, waarin je leert hoe (chronische) pijn werkt in je lichaam en wat de oorzaken en gevolgen kunnen zijn. Deze module is ook in een groepje met vaste personen. Alle andere onderdelen zijn individueel.
De informatie die je bij breineducatie krijgt, is voor mij niet nieuw, maar herhaling is naar mijn mening altijd goed. Wat wel nieuw is voor mij, is om met lotgenoten te praten over de klachten die we ervaren. Horen hoe anderen het ervaren en wat zij doen om ermee om te gaan voelt minder alleen en soms zelfs inspirerend.
Al die informatie is interessant, maar ik merk dat ik ook behoefte heb aan praktische tips, handvatten of richtlijnen. Wat kan ik doen en laten om niet terug te vallen in oude patronen als ik straks klaar ben?
Ik snap wel dat het lastig is om daar als behandelaar iets over te zeggen, want iedereen is anders. Wat voor de een werkt hoeft voor de ander niet te werken en andersom. Maar ik kon het de afgelopen keer toch niet laten om ernaar te vragen. Blijkbaar gaan we op een gegeven moment werken aan een nazorgplan of terugvalpreventieplan. Dat stelde me enorm gerust.
En misschien houd ik me ook wel te krampachtig aan vast aan wat ik kan doen. Soms is het niet een kwestie van iets wel of niet doen, maar van het er te laten zijn zonder het te willen veranderen. Dit klinkt misschien wat zweverig en eigenlijk weet ik zelf niet eens wat ik hiermee bedoel of wil zeggen, maar vechten voor herstel is ook een vorm van vasthouden. En soms moet je juist loslaten om vooruit te kunnen.
Wat mijn zenuwstelsel nodig heeft is een gevoel van veiligheid en steeds maar opzoek zijn naar dé oplossing creëert misschien het tegenovergestelde.
Genoeg vaagheid 😉 Door naar de volgende module: ‘ontspanning’. Hier leer je over verschillende ontspanningsoefeningen, die je met je behandelaar kunt uitproberen. Uiteindelijk kun je er een paar die je fijn vindt uitkiezen om thuis te doen.
Als je net als ik vaak gespannen of gestrest bent, kan het goed voor je zijn om een paar keer per dag op een vast moment dit soort oefeningen te doen. Zo doe ik nu bijna dagelijks een buikademhalingsoefening en doe ik af en toe progressieve spierontspanning.
Ik vind het wel lastig om mezelf dit soort ontspanningsmomentjes te gunnen en ik merk ook dat ik faalgevoelens krijg als het een keertje niet lukt om te doen. Maar ik probeer mezelf eraan te herinneren dat het goed voor me is. En als het om wat voor reden dan ook niet lukt, dan is dat oké en probeer ik het een dag later nog een keer.
Ook tijdens deze module is de angst om ruimte in te nemen aanwezig. Als ik een oefening probeer met de behandelaar erbij merk ik dat ik me heel bewust ben van mijn aanwezigheid en de geluiden die ik bijvoorbeeld maak met mijn ademhaling. Ik ben dan bang dat de ander er last van heeft en ik heb de behoefte me te verontschuldigen.
Ergens weet ik wel dat het niet rationeel is om je excuses aan te bieden voor het feit dat je ademt, maar weten en voelen zijn toch twee hele verschillende dingen.
Ik weet ook dat dit soort gedachten en gevoelens niet helpend zijn voor mij, dus ik probeer ze niet te veel macht te geven. Dit doe ik door erover te praten met de therapeuten en door juist dat te doen waar ik me ongemakkelijk bij voel. Ben ik bang iemand tot last te zijn omdat ik in diens bijzijn een ademhalingsoefening doe? Dan doe ik het juist.
Op deze manier zet ik tijdens de revalidatie steeds kleine stapjes om mijn comfortzone te vergroten. Dit voelt niet altijd prettig, maar ik zie het ook als een manier om mezelf op een liefdevolle manier uit te dagen. Een klein wereldje voelt veilig, maar ik wil geen klein wereldje meer.
Ik wil leven.
Dan heb je ook nog de module ‘leefstijl’. Hier wordt gekeken naar je voedingspatroon, beweegpatroon, slaapritme en drugs- en alcoholgebruik. Voor mij zijn vooral de onderwerpen voeding en beweging belangrijk. Bewegen deed ik langere tijd nauwelijks meer, omdat het gewoonweg niet meer ging, en vanwege mijn lage energieniveau at ik niet heel gezond meer. Makkelijke en snelle dingen waren vaak de enige optie en ik had veel behoefte aan suiker en chips. Al merk ik wel dat dit beter gaat sinds ik iets meer energie heb.
Het was niet makkelijk om het over voeding te hebben. Aan de ene kant, omdat ik me er best wel voor schaam en ik me heel bewust ben over alles wat ‘beter’ zou kunnen. Aan de andere kant omdat ik het lastig vind als iemand zich bemoeit met wat ik eet. Waarschijnlijk komt dit nog van mijn eetstoornis. Hier heb ik gelukkig geen last meer van, maar blijkbaar zijn er toch bepaalde denkgewoontes die restjes hebben achtergelaten. Om dit niet meer macht te geven, ben ik open over deze gedachtes en heb ik mijn voeding toch besproken met mijn behandelaar.
De laatste module ‘balans in de dag’ volg ik bij de ergotherapeut. Ik heb nog nooit een ergotherapeut gehad en door vakantie heb ik haar nog maar één keer gezien afgelopen maand. Maar zij gaat me helpen bij het zoeken naar de juiste balans in mijn dag/week, ontdekken wat mijn prioriteiten zijn en onderzoeken hoe ik mijn energie het beste kan verdelen. Hier kijk ik erg naar uit, want te veel (willen) doen en niet naar mijn grenzen luisteren zijn hardnekkige valkuilen.
Als laatste heb je de psycholoog. Dit is het onderdeel waar ik, op het trainen na, het meest mee bezig gaat zijn. De focus ligt op het mentale stuk achter de klachten en er wordt gebruik gemaakt van Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Voor mij is dat een nieuwe vorm van therapie, maar ik had er wel al van gehoord en ik ben blij dat hier zoveel aandacht voor is binnen de revalidatie.
Ook de psycholoog heb ik door vakantie nog niet zo vaak gezien, maar we hebben het wel al gehad over de gevolgen die mijn klachten hebben op verschillende gebieden van mijn leven (cognitief, sociaal, gedrag, etc.). En ik ben heel benieuwd naar wat we nog meer gaan bespreken.
Natuurlijk zijn alle onderdelen van de revalidatie nuttig en belangrijk, maar ik vermoed dat de psycholoog de grootste rol gaat spelen in gedragsverandering voor na revalidatie voor mij (samen met de ergotherapeut misschien). Ik heb het al eerder gehad over bepaalde patronen die ik heb ontwikkeld die me nu niet meer verder helpen, maar die erg hardnekkig zijn om te doorbreken. Ik hoop hier met de psycholoog een begin aan te kunnen maken en ik kijk ernaar uit om ermee aan de slag te gaan. Het zal niet makkelijk zijn, maar ik voel me er klaar voor om los te laten wat me niet meer dient.
Zo, dit is een globaal beeld van hoe de eerste maand revalidatie eruitzag. Ik heb al best veel geleerd en het team van behandelaren is erg aardig – dat is heel prettig.
Soms is het confronterend om het over problemen/klachten te hebben die ik langere tijd geprobeerd heb te vergeten of negeren en vooral voor mezelf heb gehouden. Nu staan ze opeens in het middelpunt van de aandacht. Dat voelt kwetsbaar, maar tegelijkertijd is het ook prettig om het erover te kunnen hebben met mensen die het begrijpen en er verstand van hebben.
En praten is naar mijn mening ook juist heel belangrijk. Daarmee schijn je licht op dingen die goed gedijen in het donker en zul je zien dat je minder alleen bent dan je misschien denkt. Niet iedereen heeft dezelfde onzekerheden en angsten, maar je bent nooit de enige. En het is oké om hiermee aan de slag te gaan en hulp te zoeken.
Je verdient het om jezelf die ruimte te geven en ik hoop dat ook jij jezelf dit gunt.
Liefs,
Sanne ☼
Revalidatie Dagboek 1
Revalidatie Dagboek 2
Revalidatie Dagboek 3
Revalidatie Dagboek 4
Revalidatie Dagboek 5